woensdag 24 juli 2019

Aalten - de Oude Helenakerk





Wandelend door het centrum van Aalten, gelegen in de Achterhoek, is een blikvanger de Oude Helenakerk. Open voor bezichtiging op woensdagmiddag  en donderdag. Doen dus. Binnen valt er veel te bezichtigen. Ongemerkt verstrijkt de tijd terwijl je bezig bent de vele muurschilderingen te bewonderen. Deze laat 15e - en vroeg- 16e eeuwse muurschilderingen zijn tijdens de reformatie met een laag witkalk afgedekt. Tijdens een witbeurt van het pleisterwerk in 1973 bleek dat onder de zes tot zeven lagen kalk bijzondere muurschilderingen verscholen ging. In de jaren daarna zijn de schilderingen in fasen ontdekt en in de jaren na 2002 gerestaureerd. Schilderingen die voorstellen de Twaalf Apostelen, een voorstelling van het Laatste Oordeel, de Kroning van Maria, een afbeelding van keizer Constantijn de Grote samen met zijn moeder, de Heilige Helena.
Locatie van de muurschilderingen
Van een aantal schilde-ringen heb ik foto’s gevoegd bij dit artikel. Om alle muurschilderingen te bewonderen zul je in Aalten de kerk met een bezoek moeten vereren.
Gewelfschilderingen van het koor met de sluitsteen het gelaat van Christus
Kijk ook omhoog naar het gewelf van het schip en bewonder de sluitsteen met de uitbeelding van het gelaat van Christus op de “Zweetdoek van Veronica”. Let ook op de kraagsteentjes die zijn voorzien van figuratieve voorstellingen. Prachtig om dit alles te mogen bewonderen waarbij de aanwezige gastvrouw en -heer gevraagd en ongevraagd informatie geeft.
Muurschildering "Laatste Oordeel"


Muurschilderingen 3, 4 , 5 en 6

Muurschildering Constatijn  de Grote met zijn moeder de Heilige Helena
Kraagsteen




Meer weten over de geschiedenis van deze kerk? https://nl.wikipedia.org/wiki/Oude_Helenakerk 







Appelscha - kamelenmarkt


Op de plattegrondkaart van Appelscha staat met grote letters “Kamelenmarkt”. Dat moet toch wel iets spectaculairs zijn in deze streek van Friesland. Een markt met alleen kamelen, dat kom je niet vaak tegen.
Een rit op een kameel, dat zie ik helemaal zitten. Dus te voet naar de markt aan de Boerestreek. Inderdaad, een grappige markt met een groot assortiment aan spullen. Met grote, maar nog vaker met weinig, enthousiasme wordt geprobeerd artikelen aan bezoekers kwijt te raken.
Voor de kritische bezoekers valt er weinig zaken te doen. Maar goed, het heeft wel wat al die derdehands goederen. Een zooitje troep hier en daar, dat wel. En de kamelen dan? Die zijn onderweg al verkocht, mag ik aanhoren. Of, die zijn al verkocht, je bent te laat!  Geen ritje op een kameel dus. Toch de moeite waard een bezoek aan deze markt, al was het alleen al voor de foto’s. Dus, ben je in de buurt van Appelscha dan toch even naar de kamelenmarkt.
Je weet maar nooit wat je daar aan curiositeit vindt. Maar, voor vandaag kan ik de rit op een kameel naar het rijk van de fabelen verwijzen. Tijd over dus. Een ander hoogtepunt is de Bosbergtoren. Door het bos naar de berg met de toren. Het ziet er wel spectaculair uit. Voor 2 euro mag je door het draaihek naar binnen. De toren is gemaakt van een deel van een hoogspanningsmast. De omkleding is geïnspireerd op de bast van een dennenboom met her en der uitsteeksels. Wat verder naar boven hebben deze uitsteeksels een glazen vloer. Mensen met enige hoogtevrees kunnen beter deze uitsteeksels op afstand bewonderen. Voor thrillseekers zijn ze een uitgelezen mogelijkheid de boomtoppen onder hun voeten te bekijken.
Bijzonder is dat de toren op een eeuwenoude eikenboom staat, die voor het grootste deel onder het stuifzand ligt. Het duin is 27 meter hoog. De toren zelf heeft een hoogte van 35 meter. Voor het beklimmen van de  toren kun je kiezen uit de lift of trap. Ik ga voor de trap. Goed voor je conditie, hijgend kom ik boven. De legende van de oerboom vertelt dat op de plek waar de Bosbergtoren staat ook een reusachtige ondergestoven eik van ruim 300 jaar oud leeft. Na onderzoek bleek de legende op waarheid te berusten. De drie hoofdtakken van deze kolossale boom zijn zichtbaar naast de toren. De rest van de boom zelf is verdwenen onder de stuifduin.
Vanuit het bovenste platvorm zie je in de verte de locatie van de kamelenmarkt. Met zonder kamelen.

dinsdag 23 juli 2019

Borger - Hunebedcentrum


Met wat minder goed weer naar het hunebedcentrum in Borger.
Heel veel stenen dat wel. Van de hunebed daar heb ik geen foto’s. Via internet kun je net zoveel hunebedfoto’s bekijken als je wilt. In het centrum tref je aan een uitgebreide collectie vondsten en gebruiksvoorwerpen uit de tijd van de hunebedbouwers. Hoe leefden zij en hoe is het hen vergaan. Mijn aandacht werd getrokken door afbeeldingen en informatie over de Eridanos of Baltische rivier.
Foto afkomstig van internet
Een voormalige rivier die voornamelijk moet hebben gestroomd door wat nu de Oostzee is. 40 miljoen jaar geleden ontstond de Eridanos. Twaalf miljoen jaar geleden bereikte de rivier het Noordzeebekken en bouwde daar met haar sedimenten een reusachtige delta. De rivier had omstreeks 1 miljoen jaar geleden een lengte van 2700 km. Qua omvang moet hij toen half zo groot zijn geweest als de Amazone nu. De sedimenten van dit riviersysteem zijn in de Nederlandse ondergrond terug te vinden  in o.a. Appelscha. In de loop van de daarop volgende eeuwen heeft de rivier opgehouden te bestaan. De hunebedbouwers hebben daarvan niets meegekregen. De door de bouwers gebruikte stenen werden tijdens latere eeuwen meegevoerd door gletsjers en, na het smelten daarvan, achtergelaten in de zandgronden van o.a. Drenthe. In de filmzaal van het museum wordt de hele ontwikkeling van dooi gletsjers tot de bouw van een simpele hunebed in een wat langdradige film weergegeven. Te lang worden kijkers geconfronteerd met ijzige winden en besneeuwde prairies. En de wijze waarop de stenen voor een hunebed bij elkaar worden gesprokkeld komt niet erg serieus en professioneel over. Het is goed bedoelt, maar het kan beter lijkt mij. Ooit gehoord van een pingoruïne? In Nederland hebben wij er een aantal. Te vinden in het noorden en oosten van ons land. Het hunebedmuseum geeft je een weg naar een pingoruïne, en je krijg er alle informatie die je nodig hebt. Maar wat is een pingoruïne? Ik citeer o.a. uit Google: “Tijdens de laatste ijstijd was het zo koud dat de bovenste laag van de ondergrond  permanent bevroren was (permafrost). De bodem was tenminste twintig meter en plaatselijk tot wel vijftig meter diep bevroren. Onder deze bevroren bodem bevond zich grondwater dat vanwege de grote diepte sterk onder druk stond. Op plaatsen waar zich scheuren in de permafrost bevonden welde het grondwater daarom omhoog. Zodra het in de zone met permafrost kwam bevroor het. Hierdoor ontstond een ondergrondse ijslens, die door de aanvoer van nieuw grondwater bleef groeien. De grond boven de ijslens werd steeds verder omhooggeduwd. Er ontstond een heuvel die tientallen meters hoog kon worden. Door de aanhoudende groei van de ijsheuvel ontstonden er op een gegeven moment scheuren in de grond bovenop de ijslens. Zonlicht kon nu op het ijs schijnen, waardoor dit langzaam ging smelten. Ook de bedekkende grondlaag ontdooide. Geholpen door het smeltwater dat van de pingo afstroomde geleden stukken grond naar beneden, die zich aan de voet van de heuvel ophoopten. Zo vormde zich aan de onderkant een ringvormige aarden wal, de zogenaamde randwal. Toen al het ijs gesmolten was bleef er een ringvormige krater over die zich vulde met smeltwater: een pingoruïne. Pingoruïnes zijn voornamelijk te vinden in Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. In deze noordelijke provincies was de grond tijdens de ijstijden permanent bevroren. Het Uddelermeer op de Veluwe is een van de mooiste voorbeelden van een pingoruïne in ons land. Met zijn zeventien meter is het tevens de diepste pingoruïne die we hebben.”  Nog meer weten over deze onderwerpen en voor nog meer weetjes over de hunebedbouwers, dan naar het hunebedmuseum in Borger. Gratis parkeren.


Appelscha - waar ligt dat?

Tja, als je zegt, “we gaan naar een camping in Appelscha”,  dan is negen van de tien keer de vraag, “Appelscha? Waar ligt dat?”  Gelukkig, op de lagere school leerde je een aantal plaatsnamen uit je hoofd. Het ligt in de provincie Friesland op de grens met de provincie Drenthe. Wij stonden daar op de camping Alkenhaer, gelegen pal aan het Nationaal park Drents-Friese Wolde. Vanaf de camping wandel je over de Boslaan, aan het eind daarvan linksaf, in een kwartiertje naar het winkelcentrum. Je loopt langs de Opsterlandsche Compagnonsvaart. In het begin van de 19e eeuw werd ten behoeve van ontginning van het veengebied in Oost-Stellingwerf en het vervoer van turf een kanaal gegraven, de Opsterlandsche Compagnonsvaart. En, zoals met zovele kanalen in de streek, kwam in 1974 het plan om ook deze vaart te dempen. Gelukkig was daar Pater van Ulden. Een man met visie. Hij nam het initiatief tegen de demping te protesteren. Wat uiteindelijk succes opleverde. Het kanaal wordt in de zomermaanden gebruikt door de recreatievaart. Door de vele aanlegsteigers is het dorp bijzonder toegankelijk voor de waterrecreatie.
Meteen rechts in het kanaal het Bovenstverlaat. Een verlaat is een sluis bedoelt om een schip naar een hoger of lager peil in het kanaal te brengen. Om het hoogteverschil tussen Oosterwolde en de provinciegrens met Drenthe te overbruggen, werd een aantal sluizen in het kanaal gebouwd. In 1820 was deze sluis de achtste van de uiteindelijk negen sluizen. De foto’s geven een aardig beeld van deze sluis.
Verder wandelend staat links de kerk van de Protestantse Gemeente van Appelscha, gebouwd in 1869. In 1966 is na een felle brand de inrichting zwaar beschadigd, daarna opnieuw ingericht. De kerk bleek gesloten, aan de deur rammelen hielp niet, dus kon ik de inrichting niet bewonderen.  De weg vervolgend passeer je het winkelcentrum om na een paar honderd meter linksaf over de Van Emstweg bij de rotonde aan de Boerestreek een kunstwerk van Hein Mader te bewonderen.
Informatie over het kunstwerk of aanwijzing over de bedoeling ervan kon ik niet vinden, maar het heeft de vorm van een enorme stalen wokkel.

(Hein Mader werd in 1925 in Oostenrijk geboren. Hij overleed in 2011, op 86 jarige leeftijd. Zijn werk bevat monumentaal werk in hout, in verschillende soorten steen en diverse soorten staal. Met onderwerpen als de zon, de wind en balans).
Via de Drentseweg wandel ik terug naar de camping. De 10.000 stappen heb ik vandaag zeker gehaald. De volgende route leidt over de Drentseweg en de Boerestreek naar de Kamelenmarkt. Daarover later.















De sluis tussen de sluisdeuren van het Bovenstverlaat


woensdag 28 februari 2018

Noordwijkerhout – Witte Kerk




Sta je met je tent, caravan of camper in de buurt van het dorp Noordwijkerhout, dan is een bezoek aan de Witte Kerk beslist aan te raden. Deze kerk ligt op het hoogste punt in het centrum van het dorp. De kerk is in gebruik bij de Protestantse gemeente te Noordwijkerhout en De Zilk. Kom je op woensdag- en zaterdagochtend in het dorp, dan kun je de kerk bezichtigen van 11.00 – 12.00 uur.
Op bijzondere dagen gedurende het hoogseizoen is de kerk de gehele dag open. Tijdens de corsoweek wordt de  kerk binnen en buiten in de bloemen gezet. Kortom, mogelijkheden zat om de kerk, zowel van buiten als van binnen te bezichtigen. Ik heb een praatje gemaakt met een dame daar, die vertelde dat jaren geleden, tijdens de verbouwing van de kerk alle originele kroonluchters zijn gestolen en nooit teruggevonden. De huidige kroonluchters lijken op die van vroeger, maar zijn een imitatie. In de kerk liggen folders in verschillende talen waarin de geschiedenis van de kerk in hoofdlijnen wordt beschreven. Ik heb er één meegenomen als geheugensteuntje voor dit artikel. Hierbij dus in het kort de geschiedenis van de kerk. Uit opgravingen is gebleken dat rond het jaar 1200 op deze plaats een kerkje stond. De resten daarvan zijn verwerkt in de muren van het schip. Dit Romaanse kerkje had een halfrond gesloten priesterkoor. De kerk was gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. In 1508 wordt een groter, gotisch koor in gebruik genomen. Ook in deze tijd wordt de toren verhoogd en bekroond met een ranke spits. Tijdens de 80 jarige oorlog worden in de hele kuststreek van Holland, van Alkmaar tot Den Haag, de kerken verwoest. De kerk van Noordwijkerhout ontkomt niet aan dit lot. In 1573 wordt de kerk verwoest. In 1580 komt de kerk, voor zover er nog van over is, in handen van de Protestanten, ondanks het gegeven dat de meerderheid van de bevolking rooms-katholiek is gebleven. Pas in 1618 kan de kerk weer gebruikt worden voor de erediensten. De hof om de kerk heeft tot in het begin van de 19e eeuw gediend als begraafplaats. In de Franse tijd komt een eind aan de bevoorrechte positie van de gereformeerden dus proberen in 1813 de rooms-katholieken ‘hun’ kerk terug te krijgen. Dit verzoek wordt afgewezen en de rooms-katholieken moeten op zoek naar een andere locatie. Zoals die van de meeste protestantse dorpskerken is de inrichting sober.
In de kerk liggen, vlak voor het koor,  enkele grafstenen. Vroeger kregen  vooral  rijken een begraafplek in de kerk. Dat zal daarbinnen af en toe niet al te fris hebben geroken, vandaar de naam van ‘rijke stinkerd’. Van een aantal overgebleven grafstenen zijn de versieringen afgehakt.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit in de Franse tijd gebeurd.
Onder de galerij met het orgel een ruimte, afgesloten met een dikke eikenhouten deur met het originele hang- en sluitwerk.
Deze ruimte was vroeger in gebruik als gevangenis. Voor de ramen gesmede tralies die ontsnappen onmogelijk maakten.
De preekstoel met inbegrip van het klankbord werd in 1687 vervaardigd en koste toen 26 gulden.
Het orgel is in 1841 gekocht. De benaming Witte Kerk ontstond ergens in 1728, op basis van rekeningen gevonden voor het witten van de kerk. Je kunt de kerk bijna niet missen, de torenspits is op afstand te zien. Vraag je een Noordwijkerhouter naar de Witte Kerk, je komt zeker op de plek van bestemming.

maandag 26 februari 2018

Dedemsvaart – Sluis 6 - terug naar de stoomtram


Topografische kaart Sluis 6. Rechts van de T- aansluiting
de halte van de stoomtram. Het spoor buigt hier af naar rechts
richting Lutten.
Tegenover de T-aansluiting stond de boerderij.
Mijn jeugdjaren doorgebracht in Dedemsvaart. Op een boerderij aan Sluis 6. Sluis 6 was een van de vele sluizen in kanaal Dedemsvaart met als doel het peil in deze waterweg op peil te houden. Schepen bleven vaak bij een sluis liggen voor het doen van inkopen. Als gevolg daarvan ontstonden in de loop van tijd nabij een sluis kleine buurtschappen met woningen en winkels. 
Omgeving Sluis 6 omstreeks 1920.
Tegenover de brug de voormalige boerderij met winkel.
Op de achtergrond een tram met wagons.
Het kanaal met brug is jaren later verlegd.
Het waren meestal woningen met winkels.
Onze boerderij aan sluis 6 is gebouwd omstreeks 1885 en voorzien van een winkel. In deze winkel werden de boerderijproducten als melk, kaas en eieren verkocht, ook eigengebakken brood. Na de oorlog werd het aan huis verkopen van verse melk verboden. De melk moest naar een zuivelfabriek worden afgevoerd. De voormalige winkel werd als kamer bij de boerderij getrokken.
Een beeld van de stoomtram met passagiers en vrachtwagons
Voor verbinding met de buitenwereld kon je gebruik maken van de stoomtram van de  Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (EDS). De halte, meer was het niet, lag schuin tegenover de boerderij en dat was makkelijk als wij naar de familie in Lutten op bezoek gingen. We werden, klein als we waren, door moeders naar de halte gebracht, centjes in de hand en met de boodschap ‘in Lutten bij de watertoren uitstappen’. Met hulp van de conducteur kwamen we altijd op de bestemming in Lutten. Maar, dan waren we er nog niet. De familie woonde aan de andere zijde van het kanaal, voorbij de aardappelmeelfabriek “De Baanbreker”. 
Op de achtergrond de aardappelmeelfabriek "De Baanbreker"
Nog verder op de achtergrond de woning van de familie.
Het spoor naar rechts over de brug liep richting Hardenberg.
En dat was best wel een stukje wandelen. De brug over, na een paar honderd meter linksaf een zandpad achter de fabriek, tussen de bezinkingsvelden van het afvalwater door, en daarna een stuk langs het kanaal. Ook dat ging altijd goed. De terugweg moest je zelf doen, de familie had geen tijd om je op de trein te zetten, ‘je weet de weg’. Je was toen een jaar of zes. Op een sukkeldrafje ging de tram terug naar Sluis 6. De maximum snelheid van de tram lag zo’n beetje rond de 30 km per uur. Bij de halte Sluis 6 lag een opstelspoor voor vrachtwagons. In mijn herennering stonden hier altijd een aantal wagons. De tramverbinding is in 1947 opgebroken. 
Deze foto is van 1950. Links boven de voormalige boerderij.
 Rechts is in het gras de contour van de voormalige trambaan
zichtbaar.

  
Onlangs is door mij dit deel van de route bereden, met de auto. Niets herinnert nog aan deze verbinding. Onze boerderij gesloopt, de sluis verdwenen, het kanaal voor een deel gedicht, de aardappelmeelfabriek afgebroken, de familie in Lutten vertrokken naar Canada, het huis gesloopt. Wat nog herinnert aan de uitjes met de stoomtram is de watertoren in Lutten met nu een halteplaats voor de busverbinding. Ik heb een paar foto’s bijgevoegd van zoals het vroeger was. 
   

maandag 2 oktober 2017

Veenpark - Barger -Compascuum

Voor alle zekerheid contact opgenomen met de receptie van het Veenpark in Barger-Compascuum. In de folders is vermeld dat het park het gehele jaar door bezocht kan worden, maar zijn de voorzieningen in gebruik?  Het antwoord is positief. Dus zijn we niet de enige bezoekers van het park.  Al snel constateren we dat de stoomlocomotief  “Hoogeveen”  letterlijk en figuurlijk op een zijspoor staat. De passagierswagons worden getrokken door een diesellocomotief, niet zo romantisch dus.  We doen eerst een rondje rondvaartboot met een spraakzame kapitein die ons wijst op de vele gebouwen en hun geschiedenis. Op deze manier steken we meer op dan een wandeling langs het verleden. Een aantal bedrijfjes is in gebruik. O.a. de bakkerij en dat komt goed uit. Verse producten voor de komende dagen slaan we in.
Na het pannenkoekhuis (een compliment richting de pannenkoekmaaksters) naar het plaggenhuttendorp ’t Aole
Compas.
Kan het nog erger?
 







Tja, als je de hutten van binnen bekijkt, dan is het niet verwonderlijk dat de bewoners geteisterd werden door kou en andere ongemakken. Op een informatiepaneel lezen we dat de bewoners over het algemeen geen gebrek aan voedsel hadden, maar wel aan kleding en huisraad. Geen wonder, een winkel was in verre omgeving niet te vinden. En het geld werd wekelijks uitbetaald in het café van de veenbaas. Als de mannen aan het eind van de betaaldag naar huis strompelden was vaak de helft van het geld al opgezopen in het café.
Vanaf hun vijfde jaar werden kinderen ingezet in de veenindustrie o.a. om de turf op te tassen. Via de tv neem je kennis van dezelfde uitbuitingpraktijken die nu nog in landen als Pakistan plaatsvinden. Wil je een beeld krijgen van het ontstaan van de veengebieden en de ontwikkelingen daarin, dan is een bezoek aan de vaste expositie in het hoofdgebouw beslist aan te bevelen. Deze expositie vertelt het verhaal van het turfland langs de Hondsrug. In het midden van de expositie een bassin met een deel van de oudste veenweg van Nederland. Deze Neolitische Veenweg is 4500 jaar oud en is 100 jaar geleden bij het turfsteken gevonden op minder dan een kilometer afstand van het Veenpark. Meer weten over veenlijken en veenoffers aan de vroegere goden, bezoek dan deze expositie. Maar, om bedrijvigheid te zien en de turfafgraving in het  hoogveengebied dan is het najaar niet het meest juiste jaargedeelte.
De kerk, de foto rechts het interieur