Sta je met je tent, caravan of camper in de buurt
van het dorp Noordwijkerhout, dan is een bezoek aan de Witte Kerk beslist aan
te raden. Deze kerk ligt op het hoogste punt in het centrum van het dorp. De
kerk is in gebruik bij de Protestantse gemeente te Noordwijkerhout en De Zilk.
Kom je op woensdag- en zaterdagochtend in het dorp, dan kun je de kerk
bezichtigen van 11.00 – 12.00 uur.
Op bijzondere dagen gedurende het
hoogseizoen is de kerk de gehele dag open. Tijdens de corsoweek wordt de kerk binnen en buiten in de bloemen gezet.
Kortom, mogelijkheden zat om de kerk, zowel van buiten als van binnen te
bezichtigen. Ik heb een praatje gemaakt met een dame daar, die vertelde dat
jaren geleden, tijdens de verbouwing van de kerk alle originele kroonluchters zijn
gestolen en nooit teruggevonden. De huidige kroonluchters lijken op die van
vroeger, maar zijn een imitatie. In de kerk liggen folders in verschillende
talen waarin de geschiedenis van de kerk in hoofdlijnen wordt beschreven. Ik
heb er één meegenomen als geheugensteuntje voor dit artikel. Hierbij dus in het
kort de geschiedenis van de kerk. Uit opgravingen is gebleken dat rond het jaar
1200 op deze plaats een kerkje stond. De resten daarvan zijn verwerkt in de
muren van het schip. Dit Romaanse kerkje had een halfrond gesloten
priesterkoor. De kerk was gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. In 1508 wordt
een groter, gotisch koor in gebruik genomen. Ook in deze tijd wordt de toren
verhoogd en bekroond met een ranke spits. Tijdens de 80 jarige oorlog worden in
de hele kuststreek van Holland, van Alkmaar tot Den Haag, de kerken verwoest.
De kerk van Noordwijkerhout ontkomt niet aan dit lot. In 1573 wordt de kerk
verwoest. In 1580 komt de kerk, voor zover er nog van over is, in handen van de
Protestanten, ondanks het gegeven dat de meerderheid van de bevolking
rooms-katholiek is gebleven. Pas in 1618 kan de kerk weer gebruikt worden voor
de erediensten. De hof om de kerk heeft tot in het begin van de 19e
eeuw gediend als begraafplaats. In de Franse tijd komt een eind aan de
bevoorrechte positie van de gereformeerden dus proberen in 1813 de
rooms-katholieken ‘hun’ kerk terug te krijgen. Dit verzoek wordt afgewezen en
de rooms-katholieken moeten op zoek naar een andere locatie. Zoals die van de
meeste protestantse dorpskerken is de inrichting sober.
In de kerk liggen, vlak
voor het koor, enkele grafstenen.
Vroeger kregen vooral rijken een begraafplek in de kerk. Dat zal
daarbinnen af en toe niet al te fris hebben geroken, vandaar de naam van ‘rijke
stinkerd’. Van een aantal overgebleven grafstenen zijn de versieringen
afgehakt.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit in de Franse tijd gebeurd.
Onder
de galerij met het orgel een ruimte, afgesloten met een dikke eikenhouten deur
met het originele hang- en sluitwerk.
Deze ruimte was vroeger in gebruik als
gevangenis. Voor de ramen gesmede tralies die ontsnappen onmogelijk maakten.
De
preekstoel met inbegrip van het klankbord werd in 1687 vervaardigd en koste
toen 26 gulden.
Het orgel is in 1841 gekocht. De benaming Witte Kerk ontstond
ergens in 1728, op basis van rekeningen gevonden voor het witten van de kerk.
Je kunt de kerk bijna niet missen, de torenspits is op afstand te zien. Vraag
je een Noordwijkerhouter naar de Witte Kerk, je komt zeker op de plek van
bestemming.woensdag 28 februari 2018
maandag 26 februari 2018
Dedemsvaart – Sluis 6 - terug naar de stoomtram
![]() |
| Topografische kaart Sluis 6. Rechts van de T- aansluiting de halte van de stoomtram. Het spoor buigt hier af naar rechts richting Lutten. Tegenover de T-aansluiting stond de boerderij. |
Mijn jeugdjaren doorgebracht in Dedemsvaart. Op een boerderij aan Sluis 6. Sluis 6 was een van de vele sluizen in kanaal Dedemsvaart met als doel het peil in deze waterweg op peil te houden. Schepen bleven vaak bij een sluis liggen voor het doen van inkopen. Als gevolg daarvan ontstonden in de loop van tijd nabij een sluis kleine buurtschappen met woningen en winkels.
Het waren meestal woningen met winkels.
![]() |
| Omgeving Sluis 6 omstreeks 1920. Tegenover de brug de voormalige boerderij met winkel. Op de achtergrond een tram met wagons. Het kanaal met brug is jaren later verlegd. |
| Een beeld van de stoomtram met passagiers en vrachtwagons |
| Op de achtergrond de aardappelmeelfabriek "De Baanbreker" Nog verder op de achtergrond de woning van de familie. Het spoor naar rechts over de brug liep richting Hardenberg. |
| Deze foto is van 1950. Links boven de voormalige boerderij. Rechts is in het gras de contour van de voormalige trambaan zichtbaar. |
maandag 2 oktober 2017
Veenpark - Barger -Compascuum
Voor alle zekerheid contact opgenomen met de
receptie van het Veenpark in Barger-Compascuum. In de folders is vermeld dat
het park het gehele jaar door bezocht kan worden, maar zijn de voorzieningen in
gebruik? Het antwoord is positief. Dus
zijn we niet de enige bezoekers van het park.
Al snel constateren we dat de stoomlocomotief “Hoogeveen”
letterlijk en figuurlijk op een zijspoor staat. De passagierswagons
worden getrokken door een diesellocomotief, niet zo romantisch dus. We doen eerst een rondje rondvaartboot met een
spraakzame kapitein die ons wijst op de vele gebouwen en hun geschiedenis. Op
deze manier steken we meer op dan een wandeling langs het verleden. Een aantal
bedrijfjes is in gebruik. O.a. de bakkerij en dat komt goed uit. Verse
producten voor de komende dagen slaan we in.
Na het pannenkoekhuis (een
compliment richting de pannenkoekmaaksters) naar het plaggenhuttendorp ’t Aole
Compas.
Tja, als je de hutten van binnen bekijkt, dan is het niet verwonderlijk
dat de bewoners geteisterd werden door kou en andere ongemakken. Op een
informatiepaneel lezen we dat de bewoners over het algemeen geen gebrek aan
voedsel hadden, maar wel aan kleding en huisraad. Geen wonder, een winkel was
in verre omgeving niet te vinden. En het geld werd wekelijks uitbetaald in het
café van de veenbaas. Als de mannen aan het eind van de betaaldag naar huis strompelden
was vaak de helft van het geld al opgezopen in het café.
Vanaf hun vijfde jaar
werden kinderen ingezet in de veenindustrie o.a. om de turf op te tassen. Via
de tv neem je kennis van dezelfde uitbuitingpraktijken die nu nog in landen als
Pakistan plaatsvinden. Wil je een beeld krijgen van het ontstaan van de
veengebieden en de ontwikkelingen daarin, dan is een bezoek aan de vaste
expositie in het hoofdgebouw beslist aan te bevelen. Deze expositie vertelt het
verhaal van het turfland langs de Hondsrug. In het midden van de expositie een
bassin met een deel van de oudste veenweg van Nederland. Deze Neolitische
Veenweg is 4500 jaar oud en is 100 jaar geleden bij het turfsteken gevonden op
minder dan een kilometer afstand van het Veenpark. Meer weten over veenlijken
en veenoffers aan de vroegere goden, bezoek dan deze expositie. Maar, om
bedrijvigheid te zien en de turfafgraving in het hoogveengebied dan is het najaar niet het
meest juiste jaargedeelte.| De kerk, de foto rechts het interieur |
dinsdag 26 september 2017
Ruinen - Oldenhaverveld en Echtenerveld
De route vandaag leidt ons door het dorp Koekange. Door het Koekangerveld, even doortrappen over
een klinkerweg, vervolgens rechtsaf het fietspad De Wolden volgend door het
Oldenhaverveld. Aan het begin van het pad ligt in de bosrand op haar knieën een
mevrouw foto’s te maken. Daar moeten we
meer van weten.
Wij ook op de knieen foto’s makend van een groep paddestoelen. En het moment een praatje te maken met een kenner als het gaat over paddestoelen. We volgen het fietspad en zien haar een eind verder opnieuw voorovergebogen bij een paddestoel. De rode met witte stippen. Op deze manier krijgen we een aardige collectie paddestoelfoto’s bij elkaar, waarna we haar uit het oog verliezen. Geen ramp, het fietspad volgend ontmoeten we een echtpaar. Die ons wijzen op een bijzonder exemplaar. Zodra blijkt dat ook wij foto’s maken krijgen we hun fotocollectie op haar mobiel te zien met de nodige toelichting waar ze de foto’s gemaakt hebben. Zonder het te weten zijn we aan een aantal fotogenieke paddestoelen voorbijgereden zonder deze op te merken. Gelukkig zijn we nog niet weg uit de streek, dus het zal zeker lukken ook deze de komende dagen op de foto te vereeuwigen. De weg tussen Echten en Ruinen overstekend rijden we door het Echtenerveld. Puur natuur. Een prachtige route die je in een lage versnelling moet nemen. Even rust in restaurant Boschzicht met een uitermate vriendelijke en attente bediening.
vrijdag 22 september 2017
Mariakerk Ruinen
Van onze camping naar het dorp Ruinen is het een
kilometer of 10. Een deel van de route voert ons door bosgebied. Jammer genoeg
ontbreekt langs een groot deel van de route een vrijliggend fietspad. Opletten
dus. In het bos naast de weg is met rode piketpalen een route uitgezet.
Waarschijnlijk de eerste aanzet voor de
aanleg van een vrijliggend fietspad, echter van verdere activiteiten is geen
sprake.
Het eerste opvallende gebouw in Ruinen is de Mariakerk. De deuren van
de kerk zijn gesloten. Gelukkig is op het terrein naast en achter de kerk op
informatiezuilen zoveel informatie beschikbaar dat je een goed beeld krijgt van
de geschiedenis van het gebouw. In het
kort komt deze informatie op het volgende neer: de kerk is rond 1140 gebouwd en
was gewijd aan de heilige maagd Maria en was onderdeel van het oudste klooster
van Drenthe, de Benedictijner Abdij van Ruinen. In 1325 is het klooster
verplaatst naar De Wijk op het landgoed Dickninge. De kerk werd daarna
parochiekerk. Aan de zuidoostzijde zijn twee dichtgemetselde bogen en een rond
raam. Hier stond vroeger een kapel, de Catharinakapel. Deze kapel is rond 1837
afgebroken. Aan de achterzijde van de kerk heeft ook een kapel gestaan gewijd
aan O.L. Vrouwe. Deze kapel is omstreeks 1836 afgebroken. Tussen 1972 en 1975
is bij restauratie geprobeerd de situatie van voor 1836 te herstellen. De toren
dateert uit 1423, aldus het opschrift boven de deur. In de kelder van de
pastorie zijn restanten van gewelven van de vroegere abdij te zien. Deze
gewelven zijn te bezichtigen, helaas trof ik bij de pastorie niemand aan. | Het resultaat van het archeologisch onderzoek |
| 6. Het beeld van Lammechien |
| Bram de Ram |
| 7. Steen met kloosterdeurgat |
tegenover de kerk staat sinds de
jaren zestig het standbeeld van ‘Bram de Ram’. Het beeld is het symbool voor de
vele schaapkuddes die door de eeuwen heen over de velden rondom Ruinen hebben
gezworven en daar nog steeds te vinden zijn.
| 4. Maquette van de Mariakerk met koor |
donderdag 21 september 2017
Tea Time - noaberkei - Echten
| Op het metalen plaatje de namen van de noabers |
Tegenover de plaggenhut staat, aan de andere kant
van de weg, een grote zwerfkei. Een “noaberkei”. Op een metalen plaatje geëtst
de namen van de noabers. (Iedere noaber heeft in het noaberschap een zogenaamde
noaberplicht. Dit houdt in dat hij de andere noabers desgewenst met raad en
daad bij staat.) De oorsprong van de kei
ligt op 100 km ten noordwesten van Stockholm. Daar uitgegraven en naar hier
gebracht op een dieplader. Als je goed naar de kei kijkt en je hebt de vorm van
de provincie Drenthe in gedachten dan zie je een grote gelijkenis. De kei hoort
hier dan ook beslist thuis.
Ca 100 meter verder de witte villa van Tea Time,
een ‘english tearoom’. Beslist de moeite waard hier even binnen te stappen voor
een theemomentje met alles wat daar bij hoort. Heerlijk.
En in de tuin kun je
genieten van kunstuitingen. Een goede afsluiting van de fietstocht door en rond
Echten.woensdag 20 september 2017
Plaggenhut - Echten
Algemeen bekend is dat Drenthe over een groot
netwerk aan fietspaden beschikt. Ben je op een camping nabij het dorp Echten,
dan heb je de beschikking over een scala aan fietsvoorzieningen. En ben je
daarbij ook in bezit van een kaart met fietsknooppunten, dan ligt een deel van
Drenthe voor je open. Vanaf de camping naar Echten. Nu is Echten niet bepaald
een plaats van enige omvang, maar naast de bosrijke omgeving kun je ook
genieten van de historie en van wat ermee samenhangt.
In het ‘centrum’ staat
een plaggenhut. Plaggenhutten trof je aan in veenontginningsgebieden. Ze waren
het onderkomen van veenarbeiders. Goed beschouwd waren deze veenarbeiders de ‘slaven’
van de veenbazen. Eind 1800, begin 1900 kwam op de onverdeelde heidegronden de
plaggenhut op grote schaal in gebruik als woning voor de armen. De
leefomstandigheden waren erbarmelijk. De bouwwijze was zodanig dat de
leefruimte bijzonder slecht te verwarmen was, het was er vochtig en het
krioelde van ongedierte. Het bouwsel bestond meestal uit houten planken. De
kieren werden dichtgestopt met alles wat daarvoor bruikbaar was. Het dak werd
gemaakt van afgestoken heideplaggen die dakpansgewijze op elkaar werden gelegd.
Een plaggenhut bestond meestal uit één kamer waarin het hele gezin leefde en
sliep. Een gat in het dak diende voor de afvoer van rook van het open vuur.
Bedoeld voor verwarming van de hut, maar ook om er op te koken. Soms was een
deel van de ruimte ingericht als stal voor de geit. De bewoners van een
plaggenhut werden over het algemeen niet oud. Je kunt deze woonsituatie bijna
vergelijken met bewoning in de huidige vluchtelingenkampen.
| De poepdoos |
| De pomp, vroeger werd grondwater opgepompt. Ongezuiverd. |
Abonneren op:
Posts (Atom)


