woensdag 28 februari 2018

Noordwijkerhout – Witte Kerk




Sta je met je tent, caravan of camper in de buurt van het dorp Noordwijkerhout, dan is een bezoek aan de Witte Kerk beslist aan te raden. Deze kerk ligt op het hoogste punt in het centrum van het dorp. De kerk is in gebruik bij de Protestantse gemeente te Noordwijkerhout en De Zilk. Kom je op woensdag- en zaterdagochtend in het dorp, dan kun je de kerk bezichtigen van 11.00 – 12.00 uur.
Op bijzondere dagen gedurende het hoogseizoen is de kerk de gehele dag open. Tijdens de corsoweek wordt de  kerk binnen en buiten in de bloemen gezet. Kortom, mogelijkheden zat om de kerk, zowel van buiten als van binnen te bezichtigen. Ik heb een praatje gemaakt met een dame daar, die vertelde dat jaren geleden, tijdens de verbouwing van de kerk alle originele kroonluchters zijn gestolen en nooit teruggevonden. De huidige kroonluchters lijken op die van vroeger, maar zijn een imitatie. In de kerk liggen folders in verschillende talen waarin de geschiedenis van de kerk in hoofdlijnen wordt beschreven. Ik heb er één meegenomen als geheugensteuntje voor dit artikel. Hierbij dus in het kort de geschiedenis van de kerk. Uit opgravingen is gebleken dat rond het jaar 1200 op deze plaats een kerkje stond. De resten daarvan zijn verwerkt in de muren van het schip. Dit Romaanse kerkje had een halfrond gesloten priesterkoor. De kerk was gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. In 1508 wordt een groter, gotisch koor in gebruik genomen. Ook in deze tijd wordt de toren verhoogd en bekroond met een ranke spits. Tijdens de 80 jarige oorlog worden in de hele kuststreek van Holland, van Alkmaar tot Den Haag, de kerken verwoest. De kerk van Noordwijkerhout ontkomt niet aan dit lot. In 1573 wordt de kerk verwoest. In 1580 komt de kerk, voor zover er nog van over is, in handen van de Protestanten, ondanks het gegeven dat de meerderheid van de bevolking rooms-katholiek is gebleven. Pas in 1618 kan de kerk weer gebruikt worden voor de erediensten. De hof om de kerk heeft tot in het begin van de 19e eeuw gediend als begraafplaats. In de Franse tijd komt een eind aan de bevoorrechte positie van de gereformeerden dus proberen in 1813 de rooms-katholieken ‘hun’ kerk terug te krijgen. Dit verzoek wordt afgewezen en de rooms-katholieken moeten op zoek naar een andere locatie. Zoals die van de meeste protestantse dorpskerken is de inrichting sober.
In de kerk liggen, vlak voor het koor,  enkele grafstenen. Vroeger kregen  vooral  rijken een begraafplek in de kerk. Dat zal daarbinnen af en toe niet al te fris hebben geroken, vandaar de naam van ‘rijke stinkerd’. Van een aantal overgebleven grafstenen zijn de versieringen afgehakt.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit in de Franse tijd gebeurd.
Onder de galerij met het orgel een ruimte, afgesloten met een dikke eikenhouten deur met het originele hang- en sluitwerk.
Deze ruimte was vroeger in gebruik als gevangenis. Voor de ramen gesmede tralies die ontsnappen onmogelijk maakten.
De preekstoel met inbegrip van het klankbord werd in 1687 vervaardigd en koste toen 26 gulden.
Het orgel is in 1841 gekocht. De benaming Witte Kerk ontstond ergens in 1728, op basis van rekeningen gevonden voor het witten van de kerk. Je kunt de kerk bijna niet missen, de torenspits is op afstand te zien. Vraag je een Noordwijkerhouter naar de Witte Kerk, je komt zeker op de plek van bestemming.

maandag 26 februari 2018

Dedemsvaart – Sluis 6 - terug naar de stoomtram


Topografische kaart Sluis 6. Rechts van de T- aansluiting
de halte van de stoomtram. Het spoor buigt hier af naar rechts
richting Lutten.
Tegenover de T-aansluiting stond de boerderij.
Mijn jeugdjaren doorgebracht in Dedemsvaart. Op een boerderij aan Sluis 6. Sluis 6 was een van de vele sluizen in kanaal Dedemsvaart met als doel het peil in deze waterweg op peil te houden. Schepen bleven vaak bij een sluis liggen voor het doen van inkopen. Als gevolg daarvan ontstonden in de loop van tijd nabij een sluis kleine buurtschappen met woningen en winkels. 
Omgeving Sluis 6 omstreeks 1920.
Tegenover de brug de voormalige boerderij met winkel.
Op de achtergrond een tram met wagons.
Het kanaal met brug is jaren later verlegd.
Het waren meestal woningen met winkels.
Onze boerderij aan sluis 6 is gebouwd omstreeks 1885 en voorzien van een winkel. In deze winkel werden de boerderijproducten als melk, kaas en eieren verkocht, ook eigengebakken brood. Na de oorlog werd het aan huis verkopen van verse melk verboden. De melk moest naar een zuivelfabriek worden afgevoerd. De voormalige winkel werd als kamer bij de boerderij getrokken.
Een beeld van de stoomtram met passagiers en vrachtwagons
Voor verbinding met de buitenwereld kon je gebruik maken van de stoomtram van de  Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (EDS). De halte, meer was het niet, lag schuin tegenover de boerderij en dat was makkelijk als wij naar de familie in Lutten op bezoek gingen. We werden, klein als we waren, door moeders naar de halte gebracht, centjes in de hand en met de boodschap ‘in Lutten bij de watertoren uitstappen’. Met hulp van de conducteur kwamen we altijd op de bestemming in Lutten. Maar, dan waren we er nog niet. De familie woonde aan de andere zijde van het kanaal, voorbij de aardappelmeelfabriek “De Baanbreker”. 
Op de achtergrond de aardappelmeelfabriek "De Baanbreker"
Nog verder op de achtergrond de woning van de familie.
Het spoor naar rechts over de brug liep richting Hardenberg.
En dat was best wel een stukje wandelen. De brug over, na een paar honderd meter linksaf een zandpad achter de fabriek, tussen de bezinkingsvelden van het afvalwater door, en daarna een stuk langs het kanaal. Ook dat ging altijd goed. De terugweg moest je zelf doen, de familie had geen tijd om je op de trein te zetten, ‘je weet de weg’. Je was toen een jaar of zes. Op een sukkeldrafje ging de tram terug naar Sluis 6. De maximum snelheid van de tram lag zo’n beetje rond de 30 km per uur. Bij de halte Sluis 6 lag een opstelspoor voor vrachtwagons. In mijn herennering stonden hier altijd een aantal wagons. De tramverbinding is in 1947 opgebroken. 
Deze foto is van 1950. Links boven de voormalige boerderij.
 Rechts is in het gras de contour van de voormalige trambaan
zichtbaar.

  
Onlangs is door mij dit deel van de route bereden, met de auto. Niets herinnert nog aan deze verbinding. Onze boerderij gesloopt, de sluis verdwenen, het kanaal voor een deel gedicht, de aardappelmeelfabriek afgebroken, de familie in Lutten vertrokken naar Canada, het huis gesloopt. Wat nog herinnert aan de uitjes met de stoomtram is de watertoren in Lutten met nu een halteplaats voor de busverbinding. Ik heb een paar foto’s bijgevoegd van zoals het vroeger was. 
   

maandag 2 oktober 2017

Veenpark - Barger -Compascuum

Voor alle zekerheid contact opgenomen met de receptie van het Veenpark in Barger-Compascuum. In de folders is vermeld dat het park het gehele jaar door bezocht kan worden, maar zijn de voorzieningen in gebruik?  Het antwoord is positief. Dus zijn we niet de enige bezoekers van het park.  Al snel constateren we dat de stoomlocomotief  “Hoogeveen”  letterlijk en figuurlijk op een zijspoor staat. De passagierswagons worden getrokken door een diesellocomotief, niet zo romantisch dus.  We doen eerst een rondje rondvaartboot met een spraakzame kapitein die ons wijst op de vele gebouwen en hun geschiedenis. Op deze manier steken we meer op dan een wandeling langs het verleden. Een aantal bedrijfjes is in gebruik. O.a. de bakkerij en dat komt goed uit. Verse producten voor de komende dagen slaan we in.
Na het pannenkoekhuis (een compliment richting de pannenkoekmaaksters) naar het plaggenhuttendorp ’t Aole
Compas.
Kan het nog erger?
 







Tja, als je de hutten van binnen bekijkt, dan is het niet verwonderlijk dat de bewoners geteisterd werden door kou en andere ongemakken. Op een informatiepaneel lezen we dat de bewoners over het algemeen geen gebrek aan voedsel hadden, maar wel aan kleding en huisraad. Geen wonder, een winkel was in verre omgeving niet te vinden. En het geld werd wekelijks uitbetaald in het café van de veenbaas. Als de mannen aan het eind van de betaaldag naar huis strompelden was vaak de helft van het geld al opgezopen in het café.
Vanaf hun vijfde jaar werden kinderen ingezet in de veenindustrie o.a. om de turf op te tassen. Via de tv neem je kennis van dezelfde uitbuitingpraktijken die nu nog in landen als Pakistan plaatsvinden. Wil je een beeld krijgen van het ontstaan van de veengebieden en de ontwikkelingen daarin, dan is een bezoek aan de vaste expositie in het hoofdgebouw beslist aan te bevelen. Deze expositie vertelt het verhaal van het turfland langs de Hondsrug. In het midden van de expositie een bassin met een deel van de oudste veenweg van Nederland. Deze Neolitische Veenweg is 4500 jaar oud en is 100 jaar geleden bij het turfsteken gevonden op minder dan een kilometer afstand van het Veenpark. Meer weten over veenlijken en veenoffers aan de vroegere goden, bezoek dan deze expositie. Maar, om bedrijvigheid te zien en de turfafgraving in het  hoogveengebied dan is het najaar niet het meest juiste jaargedeelte.
De kerk, de foto rechts het interieur

dinsdag 26 september 2017

Ruinen - Oldenhaverveld en Echtenerveld



De route vandaag leidt ons door  het dorp Koekange.  Door het Koekangerveld, even doortrappen over een klinkerweg, vervolgens rechtsaf het fietspad De Wolden volgend door het Oldenhaverveld. Aan het begin van het pad ligt in de bosrand op haar knieën een mevrouw foto’s te maken.  Daar moeten we meer van weten.  

Wij ook op de knieen  foto’s makend van een groep paddestoelen. En het moment een praatje te maken met een kenner als het gaat over paddestoelen. We volgen het fietspad en zien haar een eind verder opnieuw voorovergebogen bij een paddestoel.
De rode met witte stippen. Op deze manier krijgen we een aardige collectie paddestoelfoto’s bij elkaar, waarna we haar uit het oog verliezen. Geen ramp, het fietspad volgend ontmoeten we een echtpaar. Die ons  wijzen  op een bijzonder exemplaar. Zodra blijkt dat ook wij foto’s maken krijgen we hun fotocollectie op haar mobiel te zien met de nodige toelichting waar ze de foto’s gemaakt hebben. Zonder het te weten zijn we aan een aantal fotogenieke paddestoelen voorbijgereden zonder deze op te merken.
Gelukkig zijn we nog niet weg uit de streek, dus het zal zeker lukken ook deze de komende dagen op de foto te vereeuwigen. De weg tussen Echten en Ruinen overstekend rijden we door het Echtenerveld. Puur natuur. Een prachtige route die je in een lage versnelling moet nemen.  Even rust in restaurant Boschzicht met een uitermate vriendelijke en attente bediening.   


 

vrijdag 22 september 2017

Mariakerk Ruinen


Van onze camping naar het dorp Ruinen is het een kilometer of 10. Een deel van de route voert ons door bosgebied. Jammer genoeg ontbreekt langs een groot deel van de route een vrijliggend fietspad. Opletten dus. In het bos naast de weg is met rode piketpalen een route uitgezet. Waarschijnlijk de eerste aanzet voor  de aanleg van een vrijliggend fietspad, echter van verdere activiteiten is geen sprake.
Het eerste opvallende gebouw in Ruinen is de Mariakerk. De deuren van de kerk zijn gesloten. Gelukkig is op het terrein naast en achter de kerk op informatiezuilen zoveel informatie beschikbaar dat je een goed beeld krijgt van de geschiedenis van het gebouw.  In het kort komt deze informatie op het volgende neer: de kerk is rond 1140 gebouwd en was gewijd aan de heilige maagd Maria en was onderdeel van het oudste klooster van Drenthe, de Benedictijner Abdij van Ruinen. In 1325 is het klooster verplaatst naar De Wijk op het landgoed Dickninge. De kerk werd daarna parochiekerk. Aan de zuidoostzijde zijn twee dichtgemetselde bogen en een rond raam. Hier stond vroeger een kapel, de Catharinakapel. Deze kapel is rond 1837 afgebroken. Aan de achterzijde van de kerk heeft ook een kapel gestaan gewijd aan O.L. Vrouwe. Deze kapel is omstreeks 1836 afgebroken. Tussen 1972 en 1975 is bij restauratie geprobeerd de situatie van voor 1836 te herstellen. De toren dateert uit 1423, aldus het opschrift boven de deur. In de kelder van de pastorie zijn restanten van gewelven van de vroegere abdij te zien. Deze gewelven zijn te bezichtigen, helaas trof ik bij de pastorie niemand aan.
Het resultaat van het archeologisch onderzoek
In 1973 en 1974 is bij de kerk  archeologisch onderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek zijn resten van de fundering van het koor, de Catharinakapel en de Onze Lieve Vrouwekapel gevonden. De contouren daarvan zijn in het terrein zichtbaar gemaakt. Op een informatiezuil  vind je resultaten in de vorm van een tekening terug. Naar mijn mening moet je een archeoloog zijn om deze tekening goed te kunnen lezen.
De  plattegrondtekening van kerk en omgeving volgend krijg je een goed overzicht van de geschiedenis.
6. Het beeld van Lammechien
Voor de ingang van de kerk het beeld van Lammechien.  Lammechien is het zusje van Bartje (“ik bid niet veur brune bonen”), bekend uit de verhalen van Anne de Vries. Misschien dat er ooit een standbeeld komt voor al die ploeteraars in het veen die zich daar voor weinig geld afgebeuld hebben. 
Bram de Ram
Op de brink











7. Steen met kloosterdeurgat
tegenover de kerk staat sinds de jaren zestig het standbeeld van ‘Bram de Ram’. Het beeld is het symbool voor de vele schaapkuddes die door de eeuwen heen over de velden rondom Ruinen hebben gezworven en daar nog steeds te vinden zijn.


4. Maquette van de Mariakerk met koor

donderdag 21 september 2017

Tea Time - noaberkei - Echten

Op het metalen plaatje de namen van de noabers
Tegenover de plaggenhut staat, aan de andere kant van de weg, een grote zwerfkei. Een “noaberkei”. Op een metalen plaatje geëtst de namen van de noabers. (Iedere noaber heeft in het noaberschap een zogenaamde noaberplicht. Dit houdt in dat hij de andere noabers desgewenst met raad en daad bij staat.)  De oorsprong van de kei ligt op 100 km ten noordwesten van Stockholm. Daar uitgegraven en naar hier gebracht op een dieplader. Als je goed naar de kei kijkt en je hebt de vorm van de provincie Drenthe in gedachten dan zie je een grote gelijkenis. De kei hoort hier dan ook beslist thuis.
Ca 100 meter verder de witte villa van Tea Time, een ‘english tearoom’. Beslist de moeite waard hier even binnen te stappen voor een theemomentje met alles wat daar bij hoort. Heerlijk.
En in de tuin kun je genieten van kunstuitingen. Een goede afsluiting van de fietstocht door en rond Echten.











woensdag 20 september 2017

Plaggenhut - Echten

Algemeen bekend is dat Drenthe over een groot netwerk aan fietspaden beschikt. Ben je op een camping nabij het dorp Echten, dan heb je de beschikking over een scala aan fietsvoorzieningen. En ben je daarbij ook in bezit van een kaart met fietsknooppunten, dan ligt een deel van Drenthe voor je open. Vanaf de camping naar Echten. Nu is Echten niet bepaald een plaats van enige omvang, maar naast de bosrijke omgeving kun je ook genieten van de historie en van wat ermee samenhangt.
In het ‘centrum’ staat een plaggenhut. Plaggenhutten trof je aan in veenontginningsgebieden. Ze waren het onderkomen van veenarbeiders. Goed beschouwd waren deze veenarbeiders de ‘slaven’ van de veenbazen. Eind 1800, begin 1900 kwam op de onverdeelde heidegronden de plaggenhut op grote schaal in gebruik als woning voor de armen. De leefomstandigheden waren erbarmelijk. De bouwwijze was zodanig dat de leefruimte bijzonder slecht te verwarmen was, het was er vochtig en het krioelde van ongedierte. Het bouwsel bestond meestal uit houten planken. De kieren werden dichtgestopt met alles wat daarvoor bruikbaar was. Het dak werd gemaakt van afgestoken heideplaggen die dakpansgewijze op elkaar werden gelegd.
Een plaggenhut bestond meestal uit één kamer waarin het hele gezin leefde en sliep. Een gat in het dak diende voor de afvoer van rook van het open vuur. Bedoeld voor verwarming van de hut, maar ook om er op te koken. Soms was een deel van de ruimte ingericht als stal voor de geit. De bewoners van een plaggenhut werden over het algemeen niet oud. Je kunt deze woonsituatie bijna vergelijken met  bewoning in de huidige vluchtelingenkampen.
De poepdoos
Hoewel de woningwet van 1901 het wonen in een plaggenhut verbood, werden vervangende woningen slechts beperkt aangeboden. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd een grootschalig woningbouwprogramma opgestart. Daarmee verdween de laatste bewoonde plaggenhut. Je zou kunnen stellen dat de huidige plaggenhut onbedoeld een standbeeld is voor al de toenmalige bewoners.
 
De plaggenhut in Echten werd in 1981 gebouwd door bewoners van het dorp als versiering tijdens het 800 jaar bestaan van het dorp. Later wilde niemand de hut kwijt en werd het een toeristisch trekpleister. 











De pomp, vroeger werd grondwater opgepompt. Ongezuiverd.